Informatie voor omwonenden

Museumspoorlijn STAR is een organisatie die zich tot doel heeft gesteld de historie van het spoorwegnet rond Stadskanaal uit te beelden. Daar hoort natuurlijk historisch materieel zoals twee-assige personenrijtuigen en stoomtractie bij.Stoomtractie kent een aantal bijzonderheden die niet iedereen meteen doorziet en tot vervelende misverstanden kan leiden. Hieronder volgt een vereenvoudigde uitleg.

De stoomlocomotief bestaat uit een aantal hoofdonderdelen:

  • het onderstel
  • de stoommachine die stoom omzet in tractie
  • de ketel waarin de stoom wordt opgewekt uit water d.m.v. verbranding van steenkolen

De STAR maakt gebruik van relatief grote locomotieven met een navenant grote ketel. Anders dan men misschien zou denken is de ketel niet uitsluitend gevuld met stoom maar voor ongeveer 80% met water. Het totale watervolume is variabel maar bedraagt ongeveer 7 m³. De overige 20% boven het wateroppervlak is de zogenaamde stoomruimte van de ketel. Deze ruimte laat maar een beperkte hoeveelheid stoom toe en dat hindert het water er weer aan volledig te verdampen. Daardoor wordt er energie opgeslagen in het ketelwater dat relatief hoge temperaturen kan bereiken. Bij iedere keteldruk hoort een vaste watertemperatuur, bij de locomotieven in gebruik bij de STAR bedraagt die ongeveer 200° C.

De stoker heeft de taak er voor te zorgen dat een bepaalde keteldruk wordt gehandhaafd, feitelijk zorgt hij er voor dat de energie die opgeslagen is in het water ongeveer gelijk blijft. Dat doet hij door met beleid kolen op het rooster te gooien. Het rooster is ongeveer 4 m² groot en moet in principe altijd volledig bedekt zijn. Verder zorgt hij er voor dat er voldoende water in de ketel aanwezig is. Hij doet dat met een zgn. injecteur, een door de Fransman Giffard uitgevonden speciale voedingspomp.De stoker mag natuurlijk niet onbeperkt energie aan de ketel toevoeren, hij kent zijn beperking in de maximale keteldruk, bij de STAR is dat op het moment 16 BAR. Een veiligheidsklep zorgt er voor dat deze druk nooit overschreden kan worden. Deze kleppen zijn verzegeld en werken automatisch, zij kunnen niet worden beïnvloed door de stoker. Door het in de ketel pompen van koud water kan de temperatuur van het ketelwater en daarmee de keteldruk worden verlaagd. Hiermee kan de stoker de druk onder controle houden, in theorie tot de ketel helemaal vol water is wat weer niet de bedoeling kan zijn. Iedereen die wel eens water kookt, voor koffie of thee bijvoorbeeld, weet dat dat met kalkaanslag gepaard gaat. Dat is bij een locomotiefketel niet anders. Deze wordt dan ook regelmatig gereinigd. Kalk zal zich in eerste instantie losmaken in de vorm van zwevende deeltjes in het water en dan onderin de ketel terecht komen. Het is belangrijk deze kalk uit de ketel te verwijderen voordat het stolt tot een harde laag. Dit gebeurt een paar keer per dienst d.m.v. het afspuien met een speciale kraan. Spuien gebeurt uitsluitend op plekken langs de spoorbaan die daarvoor geschikt zijn. Het met kalk vervuilde water staat onvermijdelijk onder de volle keteldruk. Op de spuikraan zit een geluidsdemper, maar die kan niet verhinderen dat het spuien goed hoorbaar is door een luid geraas.

De op het vuur geworpen kolen gaan bij de ontbranding door een aantal stadia, vooral vergassing en verbranding tot as. Bij de vergassing zal de kolen in eerste instantie roken, dat is onvermijdelijk. De mate waarin dit gebeurt is afhankelijk van de soort kolen en de vaardigheid van de stoker. De STAR let bij de aanschaf van de kolen op minimale rookontwikkeling.

De afgewerkte stoom van de stoommachine wordt door de schoorsteen geleid en zorgt daar voor de trek op het vuur. Het karakteristieke geluid van de stoomlocomotief wordt veroorzaakt door de cilinderslagen en de stroming van de stoom door de schoorsteen. De mate van de trek is afhankelijk van de belasting en de machinist kan door het regelen van de hoeveelheid stoom de stoker helpen bij het in stand houden van de keteldruk. Machinist en stoker zorgen dus samen voor een zo optimaal mogelijke stoomproductie bij minimaal kolengebruik. Zij stemmen daarbij de bediening van de ketel af op een aantal zaken waaronder de dienstregeling om zo efficiënt mogelijk te kunnen rijden.

De STAR is een vrijwilligersorganisatie met slechts 1 werknemer die op kantoor zit. De overige medewerkers zijn vrijwilligers die het bedrijf museumspoorlijn in hun vrije tijd uitoefenen. Er worden voortdurend mensen opgeleid voor de diverse taken waaronder ook machinisten en stokers. De opleidingen voor de stoomtractie gaan nog steeds volgens het oude gildestelsel, leerling, gezel en meester. Het is een opleiding die vele jaren duurt en eigenlijk raak je daarbij nooit uitgeleerd. Het betekent ook dat niet iedereen dezelfde ervaring kan hebben waardoor er wel eens extra rook kan worden ontwikkeld of de veiligheid plotseling afblaast en dat natuurlijk op momenten dat je het het minst gebruiken kan.

De STAR hecht er aan hier te melden dat dergelijke voorvallen nooit opzettelijk worden veroorzaakt, maar vaak een samenloop zijn van een aantal opeenvolgende gebeurtenissen en soms helaas minder handig optreden van het personeel. Zo kan een plotselinge en onaangekondigde vertraging er voor zorgen dat de keteldruk ongewild te veel oploopt. Een afblazende veiligheid is een zaak die moeilijk onder controle te brengen is, beter is het natuurlijk het afblazen te vermijden. De herrie is helaas oorverdovend en ook uiterst hinderlijk voor het personeel. Het aanzetten van de injecteur vergt enige handigheid, maar gaat meestal probleemloos. Een mislukte poging gaat gepaard met veel geraas en kan schade aan de injecteur opleveren, dat proberen we natuurlijk te voorkomen.

Alle locomotieven zijn voorzien van een signaalinrichting, dat is een wettelijk voorschrift. Bij de stoomlocomotief is dat een stoomfluit. Deze fluit moet altijd gebruikt worden bij veiligheidsrelevante situaties, o.a. om anderen te waarschuwen bij dreigend gevaar. Verder zijn er seinen waar het fluiten verplicht is gesteld. Ook zal er een waarschuwingssignaal worden gegeven bij het in beweging zetten van een voertuig of een verandering van rijrichting. Fluiten zonder directe aanleiding dient vermeden te worden en kan alleen voor zover de omgeving het toelaat.

Bij een constructie waarbij overdrukken een belangrijke rol spelen zijn sissende geluiden niet altijd te vermijden. Ook de remmen van de trein werken met (lucht)druk, het systeem heeft een werkdruk van 5 BAR. Ontsnappende lucht onder die druk maakt nu eenmaal geluid en ook rond de ketel kan stoom ontsnappen. De werkplaats werkt er met grote zorg aan dat lekkages zo snel mogelijk worden hersteld.

Het voert te ver om hier verder uitgebreid in te gaan op alle technische aspecten van de stoomtractie.

De technische staf is natuurlijk altijd bereid antwoord te geven op nadere vragen mede ook omdat hiermee mogelijke voorbarige conclusies in de regel voorkomen kunnen worden.